Poetry

Gerard Reve

Ik bewonder deze schrijver en dichter erg. De eerste keer dat ik met zijn werk in aanraking kwam was bij zijn voorlezing van zijn bekenste boek "De Avonden". Niet alleen het het verhaal, de eigenaardige buitenpersoonlijke manier van schijven pakte mij direct. Maar ook zijn manier van voorlezen. Verdere interesse voor deze bijzondere man en zijn werk kwam door de verfilming van "De Vierde Man". Wat ik ervoer als een meesterlijke aan een schakeling van gebeurtenissen en symbolen. De citaten en revinistische uitspraken van Arjen Grolleman hebben het laatste zetje richting Reve gegeven.

In Memoriam G. K. van het Reve

Zinderend de koude stilte na de dood.
Weg kwijnend en bijna vergeten,
een bericht, verwondering, herinnering.

Eerst aarzelend tastend opnieuw opzoek,
daarna ontluikend vurig grijpend,
rukkend uit schappen. Persen ejaculeren,
wederom niet aan te voeren.

Men durft weer te lezen,
de onwetendheid de herkenning,
de jaloezie het verlangen,
de verafschuwing het onbegrip.

Niet meer in een hoekje terug denkend aan,
of juist het ontdekken van het wezen.
Verleidt voor en gepijnigd om zijn staart,
vooral voor zijn hol met fluwelen bekleding.

Groot schrijver ontmoet zijn Schepper
Wij vragen ons af, Nee, hij weet het:
zegt lachend tegen Maria "ziet U wel"

Laura Bottelier

Credo

Niets te verwachten, niets te hopen:
Er rest mij niets, dan duisternis en dood.
Ik zie het, maar ik wankel niet:
Wie Gij ook zeit, U heb ik lief, met heel mijn hart, met al mijn Bloed.

Gerard Reve, Een nieuw Paaslied

Late Devootsi

Nu ben ik zelf de vlezige man die ik,
toen ranke jongeling, in zwembad en op stranden haatte.
Wat rest mij nog, dan te knielen voor u?

Gerard Reve, Een eigen Huis

Een vogel zingt om zijn Schepper te loven

Een vogel zingt om zijn Schepper te loven. Als hij niet door het dichte struweel aan onze blik onttrokken is, zien wij hoe zijn vedertjes in bonte kleurenpracht medetrillen met zijn zang, wat mijn woorden duidelijk bevestigt.

Ik stond eens in de vroege zomeravond samen met de cultuurfilosoof Eddy Kleingeld naar zulk een vogelken te kijken en te luisteren, en deze Eddy Kleingeld had een geheel andere opvatting dan de mijne, die dan ook geheel onjuist was.

Volgens hem zaten er in het dier, die vogel dus, allemaal klieren die het aan het zingen zetten om zodoende zijn gebied af te bakenen en een andere vogel tot geslachtsverkeer uit te nodigen.

Ik geloofde dat niet en U gelooft het natuurlijk ook niet, maar die Eddy geloofde alles, als het maar ergens in stond, al wist hij natuurlijk niet meer in welke krant of periodiek het was.

Ik zeide dus die vogel die heb helemaal geen klieren, daar is hij trouwens veel te klein voor, maar jij hebt wel klieren, gewoon in dat misvormde suikerzieke nichtenlichaam van je want je bent tegen God terwijl die vogel gewoon uit zichzelf, spontaan dus, een geheel lied voor God zingt dat niemand hem geleerd heeft, intu´tief dus, door een diepe vroomheid.

Wist jij dat bijna alle vogels katholiek zijn, zelfs als ze niet zingen? Ik heb jou nog nooit horen zingen, want dat kun je niet. Wel een rare vogel, die Eddy, vindt U ook niet?

Gerad Reve, Het Boek Van Violet En Dood

Een nieuw Paaslied

Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.
Vandaag heb ik van alles meegemaakt.
Al voortwandelend in de benedenstad,
denkend aan de Uiteindelijke Dingen,
zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist,
en volgde hem terwijl ik dacht:
ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan
sla mij dan maar,
de hoofdzaak is dat we bezig zijn.
tot hij De Bijenkorf in ging en ik,
duizelig van geilheid tegen mensen opbotsend,
zijn spoor bijster raakte.
Nochtans werd ik niet moede, U te loven.
Want onbegrijpelijk groot zijn al Uw werken:
Gij, Die het wezen gemaakt hebt
dat van achteren een kut en van voren een staart heeft.
Zoals gezegd, ik had niet eens gedronken, maar toch wilde ik
U schreiend eren en in tranen voor U knielen,
O Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God.
Al neuriënd en in het geheim profeterend
vervolgde ik mijn weg.
Toen zag ik Bet van Beeren, aan een wit tafeltje
tegenover haar café gezeten, pogend met mes en vork
een makreel te openen om deze in de zon te eten.
Ik dacht kijk. Wat is in de Natuur toch alles mooi gemaakt.
(Denk maar aan al die sterren met hun lichtjaren.)
Ik wilde wel naar een of andere avondmis,
maar er was er geen.

Gerard Reve, Een nieuw Paaslied

Dylan Thomas

Do Not Go Gentle into That Good Night

Do not go gentle into that good night,
Old age should burn and rave at close of day;
Rage, rage against the dying of the light.

Though wise men at their end know dark is right,
Because their words had forked no lightning they
Do not go gentle into that good night.

Good men, the last wave by, crying how bright
Their frail deeds might have danced in a green bay,
Rage, rage against the dying of the light.

Wild men who caught and sang the sun in flight,
And learn, too late, they grieved it on its way,
Do not go gentle into that good night.

Grave men, near death, who see with blinding sight
Blind eyes could blaze like meteors and be gay,
Rage, rage against the dying of the light.

And you, my father, there on the sad height,
Curse, bless, me now with your fierce tears, I pray.
Do not go gentle into that good night.
Rage, rage against the dying of the light.

Dylan Thomas

H. Marsman

Heerscher

Hij schreed
en ruimte was hem soepel kleed
aan 't koele lijf.

de gladde luchten spatten uit elkander
en roode sterren walmden al hun wonder
in wankelenden nacht.

hij schreed
en ruimte brak aan zijn metalen tred
en lucht verkromp voor zijn doorzengden zucht.

leven was enkle vlokken violette geur.

hij at
en aarde trok haar gillende spiralen
door schrompelenden nacht:
hij had geproefd.

hij stond
atoom en kosmos beide,
en heerschend was in ertsen greep
over den werveldans der elementen
d'ivoren glimlach van den stillen knaap.

H. Marsman